Bandenonderhoud

 

1. Bandenspanning

Het toepassen van de juiste bandenspanning is van het grootste belang voor het correct functioneren en het onderhoud van industriebanden. De juiste bandenspanning kan worden gevonden door de aslast vast te stellen en die op te zoeken in de spanningstabellen voor de betreffende bandenmaat. Alle tabellen geven de belasting per band aan.

Onderspanning

Kan schade veroorzaken aan het textielkarkas van de band. Voortdurende abnormale bewegingen van de band veroorzaken voortijdige beschadiging van het karkas.

Controleer de bandenspanning regelmatig

De bandenspanning dient regelmatig gecontroleerd te worden (minstens om de twee weken). Voor een nauwkeurige vaststelling van de spanning is een lagedruk meter noodzakelijk, die minstens eens per jaar dient te worden geijkt. De bandenspanning dient te worden gecontroleerd bij koude banden voordat de machines in gebruik worden genomen. Een band die voldoende spanning blijkt te hebben als die warm is, zal onderspanning hebben wanneer hij afkoelt.

2. Het gebruik van aanbevolen velgen

Het gebruik van smallere dan de aanbevolen velgen zorgt voor potentiële montageproblemen omdat de velgrand of de in de band aangebracht beschermer in de meeste banden een juiste zitting van de band op het velgbed verhinderen. Eenmaal gemonteerd op een smalle velg oefent de band een te grote druk uit de velgrand wat tot voortijdige separatie van de van de bandwang kan leiden of voortijdige beschadiging van de velg. Op een te smalle velg wordt het loopvlak ronder. En net als bij overspanning is de slijtage erger in het midden van het profiel en de tractie in het terrein is geringer. Gebruik altijd de aanbevolen velg.

3. Ventielbeschadiging

Als ventielen van de binnenbanden worden gesepareerd, is dat een indicatie voor een onjuiste centrering van het ventiel of het draaien van de band op de velg. Het draaien van de band op de velg kan veroorzaakt worden door:

• Lage bandenspanning.

• Onjuiste zitting van de hiel op de velg.

• Overdadig gebruik van smering op de hiel van de band of de velg bij het monteren van de band.

• Overschrijding van de toleranties

4. Gemengd bandengebruik

Het gemengd gebruik van de radiaal- en diagonaalbanden op dezelfde as dient altijd vermeden te worden. Het kan leiden tot instabiliteit en mechanische schade. In sommige landen is het zelfs wettelijk verboden.

5. Vet en olie

Om schade aan het rubber te voorkomen, dient contact tussen de banden en olie of vet te worden vermeden. Na gebruik van de tractor voor het sproeien van bestrijdingsmiddelen dienen chemicaliën van de band te worden gewassen.

6. Juiste reparatie

Banden moeten geïnspecteerd worden op mogelijke beschadigingen, vooral inrijdingen en snedes die doorlopen tot de koordlagen van het karkas of die zichtbaar maken. Beschadigde banden dienen direct gedemonteerd te worden en naar een erkende bandendealer te worden gebracht voor een volledige inspectie en indien mogelijk reparatie.

7. Bandenveiligheid

Gebruik altijd montage- en demontagegereedschap dat door de bandenleveranciers wordt voorgeschreven.

Probeer nooit een band op spanning van de velg te halen.

Breng nooit een band terug op spanning die op flinke onderspanning of helemaal zonder spanning is geweest, zonder het te verwijderen en na te kijken of er sprake is van beschadiging van de band, de binnenband of de velg.

Verwijder altijd het ventiel en laat de band helemaal leeglopen voordat er aan gewerkt wordt.

Het bijwerken, verwarmen, lassen of solderen aan velgen moet worden vermeden. Als er iets aan de velg dient te gebeuren, verwijder dan eerst de band.

Controleer ventielen altijd op een juiste werking. Vervang beschadigde of lekkende ventielen.

Monteer nooit banden die kromgetrokken of gevouwen zijn geweest en gebruik nooit een andere binnenband dan de fabrikant opgeeft.

Controleer altijd de binnenkant van de band op losse koordlagen, snedes, inrijdingen of andere schade aan het karkas. Eventuele schade dient te worden gerepareerd voordat de binnenband wordt gemonteerd. Banden die niet meer kunnen gerepareerd dienen te worden vernietigd.

Controleer de binnenkant van de band altijd op vuil, vloeistoffen of andere verontreinigingen en verwijder deze voor het aanbrengen van de binnenband.

Gebruik altijd nieuwe ventielen en binnenbanden bij montage van nieuwe banden.

Reinig en inspecteer de velg en controleer of de velgdiameter overeenkomt met de bandenmaat.

Smeer altijd met goedgekeurd montagesmeermiddel. Gebruik geen anti-vries, siliconen en op petroleum gebaseerde smeermiddelen.

Overschrijd de spanning van 2,5 bar (35 psi) niet tijdens het oppompen van de van de band om hem goed op het velgbed te krijgen.

Gebruik altijd een verlengslang met meter en klembevestiging zodat de monteur opzij kan gaan staan tijdens het op spanning brengen en zorg ook voor een goedgekeurde veiligheidskooi.

Probeer nooit een band te monteren op een velg die er niet exact bij past. Bijvoorbeeld: 15 inch en 15,3 inch mogen niet worden verwisseld.

Controleer de binnenkant van de band altijd op vuil, vloeistoffen of andere verontreinigingen en verwijder deze voor het aanbrengen van de binnenband.