Uw bandenprofiel controleren

Uw bandenprofiel controleren

Met het oog op de beste rijprestaties en om mogelijke problemen op te sporen voor ze zich voordoen, is het belangrijk om het profiel en de druk van de vier banden regelmatig te controleren.

Wat houdt ‘regelmatig’ precies in? Wij raden aan de controle minstens éénmaal per maand uit te voeren, en ook voor en na een lange reis.

Dit zijn de zaken waar u best op let:

Zichtbare slijtage-indicatoren: Deze stukjes hard rubber (die zich in de groeven van de band bevinden) worden beter zichtbaar wanneer het profiel van de band versleten is. Als u ze kunt zien, moeten de banden vervangen worden. Als u niet zeker bent waar ze zijn, breng dan een merkteken op de zijwand aan waar ze zich bevinden.

Het profiel is minder dan 1,6 mm diep: Volgens de Europese wetgeving moet het profiel van het loopvlak minstens 1,6 mm diep zijn. Voor winterbanden adviseert Dunlop een minimale profieldiepte van 4 mm. Met een profieldieptemeter kunt u makkelijk nagaan hoe het met het profiel van uw banden gesteld is. Controleer zowel de binnen- als de buitenrand van de band.

Er zit iets vast in het profiel: Er komen voortdurend voorwerpen vast te zitten in het profiel van een band. Meestal zijn ze makkelijk te verwijderen, maar als u iets ziet dat wel eens door het rubber kan zijn gegaan, zoals een spijker, kunt u dat best laten zitten tot u naar een garage kunt gaan. Anders loopt u het risico op een lekke band.

Banden die aan de buitenranden afslijten: Als dat het geval is, kan het nodig zijn om de banden op te blazen of om te controleren op lekken. Banden verliezen altijd wat lucht, maar het rijden op banden met een te lage spanning zorgt voor een hoger brandstofverbruik en voor een grotere kans op ongevallen. Als u vaststelt dat alleen de voorbanden versleten randen hebben, dan neemt u uw bochten waarschijnlijk wat te snel.

Banden die in het midden afslijten: Als het centrum van het loopvlak meer afgesleten is dan de buitenranden, dan hebt u uw banden misschien te hard opgepompt. Dit verhoogt het risico op een klapband. Neem een drukmeter en laat indien nodig lucht af om tot de aanbevolen bandenspanning te komen. 

Ongelijkmatige slijtage op één band: Een ongebruikelijk slijtagepatroon van uw profiel kan wijzen op een ander probleem. Als u ongelijkmatige slijtagezones of kale plekken opmerkt, dan moeten uw wielen misschien uitgebalanceerd of uitgelijnd worden. Soms kunnen kale plekken er ook op wijzen dat uw schokdempers versleten zijn. Uw plaatselijke garage kan dat voor u uitzoeken.

Ongelijkmatige slijtage op alle banden: Uw banden verslijten niet allemaal in hetzelfde tempo. Bij de meeste auto's zit de motor aan de voorkant, waar ook het meeste stuurwerk wordt geleverd, en de banden van de vooras verslijten dan doorgaans ook sneller. Als ze echter meer lijken te verslijten dan normaal, moet u uw ophanging laten controleren. Als er meer slijtage is aan één kant van het voertuig dan aan de andere, kan het tijd zijn voor een uitlijning. 

Zaagtandpatroon aan de randen van de band: Als u vaststelt dat uw banden een zaagtandpatroon of een veerachtig uitzicht vertonen aan de randen, komt dat waarschijnlijk door een verkeerde wrijving met het wegdek. Het wijst erop dat u de wielen misschien moet laten uitlijnen.